Programma

Gabriel Urbain Fauré (1845-1924) was een Franse componist. In zijn tijd was hij een van de meest gerespecteerde componisten uit zijn thuisland. Hij was lid van de Société Nationale de Musique, een vereniging die de Franse muziek weer groots wilde maken na de nederlaag in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871). Onder andere Camille Saint-Saëns en César Franck waren ook lid van deze vereniging.

Faurés stijl wordt vaak omschreven als ingehouden, elegant en eenvoudig – typisch Frans. Dit is ook te horen in het Requiem; veel van de gebruikte melodieën zijn simpel, maar daardoor zeker niet minder effectief. Net als andere componisten uit de late negentiende eeuw experimenteerde hij echter met harmonie en is hij zeker innovatief te noemen.

Fauré was zelf organist.
Hij componeerde vooral Franse liederen en pianomuziek, maar het Requiem in D mineur (op. 48), is misschien wel zijn bekendste compositie. Het bestaat uit zeven delen:

  1. Introit et Kyrie,
  2. Offertoire,
  3. Sanctus,
  4. Pie Jesu,
  5. Agnus Dei,
  6. Libera me,
  7. In Paradisum.

Fauré componeerde het werk tussen 1877 en 1893. Hij werkte bijna twintig jaar aan verschillende versies, waarbij telkens meer elementen en instrumenten werden toegevoegd (in het bijzonder de blazers en de baritonsolo). Het gehele Requiem duurt ongeveer 35 minuten en heeft grotendeels een Latijnse tekst (alleen het Kyrie wordt in het Oudgrieks gezongen).

Het werk is niet geschreven ter nagedachtenis van één specifieke persoon, maar voor het plezier, zoals Fauré zelf schreef. Het Requiem heeft als hoofdonderwerpen de eeuwige rust en het vertrouwen daarin. Het Requiem moet troost bieden aan de luisteraar en de dood als positieve verlossing neerzetten, meer dan als angstwekkende of pijnlijke gebeurtenis.

 

Comments are closed.